Nauman’s Land

Nauman’s Land

Bruce Nauman is een legende in de wereld van de hedendaagse kunst. Hij is het perfecte voorbeeld van de vrije vogel, een kunstenaar die zich niet in een hokje laat stoppen. Zijn ronduit revolutionaire oeuvre maakt van hem een van de meest invloedrijke kunstenaars van onze tijd. 

TEKST: Gwennaëlle Gribaumont

Bruce Nauman werd in 1941 geboren in Fort Wayne, Indiana. Hij studeerde wiskunde en fysica aan de universiteit van Wisconsin, en daarna beeldende kunsten aan de uni-versiteit van Californië, waar hij in 1966 afstudeerde. Al snel na deze klassieke aca-demische opleiding stopte hij met schilderen en begon hij te werken met voor die tijd weinig courante middelen. Hij probeerde ook het begrip kunstwerk een heel nieuwe invulling te geven. Nauman hield van grensoverschrijdende experimenten. Hij maakte zich zeer uiteenlopende technieken eigen en zocht inspiratie in de literatuur, onder meer bij Samuel Beckett. Hij onderhield ook goede betrekkingen met dansers en componisten, die hem inspireerden tot werken waarbij hij choreografie en podiumkunsten met elkaar combineerde.  

Bruce Nauman, Good Boy Bad Boy 1985, Video, 2 monitors, colour and audio (mono), 60 min, 52sec, Tate: Purchased 1994. © ARS, NY and DACS, London 2020. 

 

Tate Modern

Aan het einde van de jaren 1970 verkaste Nauman van Californië naar New Mexico, waar hij nog steeds woont en werkt. Op een grote tentoonstelling in Tate Modern, georganiseerd in samenwerking met het Stedelijk Museum (Amsterdam) en het Pirelli HangarBicocca (Milaan), krijgen we binnenkort het resultaat van een halve eeuw van creativiteit en verrassende veelzijdigheid te zien, tot uiting gebracht op zeer diverse dragers. Er wordt reikhalzend naar uitgekeken – er was in Londen al meer dan twintig jaar geen grote expo over Nauman meer te zien.

Het niet-chronologisch opgevatte tentoonstellingstraject leidt langs veertig nogal opzienbarende werken. Artistieke modes liet Nauman altijd aan zich voorbijgaan. Hoekstenen van zijn oeuvre zijn de experimenten met lichamen, taal (zowel gesproken als geschreven) en performances. Als eerste werk krijgen we ‘Mapping The Studio’ (2001) te zien, een grote installatie met bewegende beelden, over het geheime nachtleven van zijn studio. Liefst 42 nachten lang heeft de kunstenaar er gefilmd, met een camera van een lage resolutie, voorzien van een infraroodsysteem. Hij zette het toestel aan en liet het gewoon draaien, als een soort bewakingscamera. Het resultaat zijn onbewerkte beelden, zonder ge-luidsband. Je luistert naar een stilte, af en toe onderbroken door geluiden (van een vliegend insect, een kat die door het beeld paradeert, een rondtrippelende muis tot de wind die ruist in het gebladerte). De minimalistische montage wordt slechts onderbroken door enkele speciale effecten die de kunstenaar ‘flip/flops’ noemt. De waarnemer wordt hier een deelnemer en moet zijn aandacht verleggen van het ene scherm naar het andere, om het verloop van de gebeurtenissen te kunnen volgen.  

Bruce Nauman, VIOLINS VIOLENCE SILENCE 1981–2, Neon tubing with clear glass tubing, suspension frame, 1578 x 1661 X 152 mm, ARTIST ROOMS Tate and National Galleries of Scotland. © ARS, NY and DACS, London 2020.

 

Tegen de stroom in

De selectie in Tate Modern omvat ook oudere, maar zeker niet minder belangrijke werken. Met ‘Henry Moore Bound to Fail’ dreef Bruce Nauman in 1967 de spot met de avant-garde, door een klassiek materiaal, brons, te gebruiken. Dat gold toen als compleet achterhaald. De titel van het werk betekent zoveel als ‘gedoemd te mislukken’, maar ‘bound’ staat ook voor ‘gebonden’. Dat was een ironische knipoog. Het werk immers bestond uit een gekneveld bovenlijf zonder hoofd. Bruce Nauman verwees hiermee naar de kritiek op beeldhouwer Henry Moore en de gereserveerdheid van de Britten. Moore was toen al veel minder populair.

Men begon zelfs de spot met hem te drijven, omdat hij artistiek te dominant was. Een ander opvallend sculpturaal werk is ‘A Cast of the Space Under My Chair’ (1965-1968). Zoals de titel al duidelijk maakt, gaat het hier om een cementen afgietsel van de ruimte onder een stoel. Een andere discipline waar Nauman zich op heeft toegelegd, is werken met neonlampen. Een en ander begon toen de kunstenaar een oude neonrecla-me zag liggen in de etalage van zijn atelier in San Francisco (een voormalige drank-winkel). Hij creëerde er een groot aantal varianten van. In Tate Modern krijgen we verschillende merkwaardige exemplaren te zien, zoals het spiraalvormige ‘The True Artist Helps the World by Revealing Mystic Truths’ (1967). Dit statement – de ware kunstenaar helpt de wereld door mystieke waarheden te onthullen – wint aan betekenis omdat het werk dateert uit een tijd toen veel kunstenaars dachten de sluier van de materie te kunnen oplichten in hun werk.

Vaak gebruikte Nauman schreeuwerige kleuren, typerend voor de reclame uit die tijd. Denken we maar aan werken als ‘Human Nature Knows / Doesn’t Know’ (1983/86) en ‘One Hundred Live and Die’ (1984). De kunstenaar gebruikt ook woordspelingen, zoals ‘None Sing, Neon Sign’ en ‘Run from Fear, Fun from Rear’. Al die werken handelen, met de nodige ironie en humor, over de contradicties eigen aan de menselijke natuur: seks en geweld, humor en horror, leven en dood, vreugde en verdriet. ‘Double Steel Cage Piece’ (1974) getuigt van Naumans fascinatie voor controle en toezicht in de samenleving. Die thema’s vind je ook terug in de installatie ‘Shadow Puppets and Instructed Mime’ (1990), waar een mannenstem de gebaren aanstuurt van een mimespeelster, geprojecteerd op de muren, terwijl de achtergrond wordt gevormd door opgehangen wassen hoofden, geluid en een video.  

Bruce Nauman, Shadow Puppets and Instructed Mime, 1990
Six-channel video installation (colour, sound), 4 projections, 4 colour video monitors, 3 wax heads, 2 linen cloths, wire, wood and carton. Emmanuel Hoffman Foundation, on permanent loan to the Öffentliche Kunstsammlung Basel, photo: Tom Bisig, Basel. © ARS, NY and DACS, London 2020 

 

Van onbehagen naar bewustzijn

In Tate Modern krijgen we ook een van zijn meest opzienbarende werken te zien, zo-wel op auditief, visueel als conceptueel gebied: ‘Anthro / Socio (Rinde Spinning)’ (1992). Op drie projectie-oppervlakken en zes beeldschermen zien we het gefilmde hoofd van een man die voortdurend om zijn eigen as draait. De performer ‘zingt’ daarbij luidkeels, en wel steeds dezelfde twee zinnen, op verschillende toonhoogten: ‘feed me / eat me / anthropology’ en ‘help me / hurt me / sociology’. Met elkaar verweven klinken ze als een soort zangkoor van jammerklachten en smeekbeden die, hoewel in strijd met elkaar, vervuld zijn van hoop, maar ook van diepe angst.

Het neemt tijd vooraleer de bezoeker zijn aanvankelijk onaangename gevoel kan bedwingen, bij het aanhoren van die haast hypnotiserende litanie. Een ander werk dat de zenuwen van de kijker danig op de proef stelt, is het zonder meer indrukwekkende ‘Clown Torture’ (1987). Net als het vorige werk bezorgt het je een hoogst onprettig gevoel. Het gaat om clowns die angst uitstaan en opgesloten zitten. De hier behandelde thema’s zijn bijzonder delicaat: krankzinnigheid, foltering en het voortdurend onder toezicht staan. Het schouwspel creëert een onbestemde spanning, iets tussen komedie en tragedie. Bruce Nauman wil de kijker helemaal niet behagen. Hij streeft er zelfs bewust naar ons te confronteren met onze diepste angsten. Hij manipuleert onze gevoelens en wil ons onze fysieke ongemakken laten ervaren door een gevoel van onbehagen op te wekken. En dat doet hij zeer efficiënt. Al die beklemmende video’s en installaties creëren een wereld vol onrust en wreedheid. Dat is Naumans manier om ons wakker te schudden, ons bewust te maken van onze situatie, de manier waarop we geconditioneerd zijn en de vraag of we ons daar intussen niet bij hebben neergelegd. Het is het soort tentoonstellingen dat een mentale inspanning vraagt van de bezoeker, die er minstens een verward gevoel aan overhoudt.

Hoe dan ook, in de kunstgeschiedenis zal Bruce Nauman herinnerd worden als een van de invloedrijkste en meest stimulerende kunstenaars van zijn generatie. De critici en gespecialiseerde tijdschriften zijn eenstemmig in hun lof. Als een van de grootste levende kunstenaars vormt hij samen met Gerhard Richter en Cindy Sherman de top-3 van de hedendaagse kunst. In alle discretie.  

BEZOEKEN
‘Bruce Nauman’
Tate Modern London
www.tate.org.uk
07-10 t/m 21-02

De waarde van Bruce Nauman

Zoals Wassily Kandinsky ooit zei: “Een kunstenaar is een kind van zijn tijd.ˮ Het is dan ook niet meer dan normaal dat je als kunstenaar gebruik maakt van de eigentijdse beelden en ideeën, alsook van de beschikbare technologieën. Toen in de jaren 1960 steeds meer mensen een televisie in huis haalden, raakten zowel Amerikaanse als Europese kunstenaars geboeid door de mogelijkheden van de ‘videokunst’. Het bewerken van elektronische beelden, de verhalende kracht en de tijdelijke dimensie ervan zijn eigenschappen waar kunstenaars nu al meer dan een halve eeuw mee experimenteren. Bruce Nauman is een van de belangrijkste vertegenwoordigers van die kunst. Zijn werken (die niet altijd een video omvatten) halen op veilingen vlot de kaap van $ 1 miljoen. Zo ging het reusachtige ‘Good Boy, Bad Boy’ (neon, glas, metaal, 37,5 x 349,5 x 548,5 cm) in november 1997 bij Sotheby’s van de hand voor $ 2 miljoen (€ 1,75 miljoen). In november 2018 werd bij Phillips, in New York, $ 2,5 miljoen (€ 2,2 miljoen) geboden voor de fameuze ‘Masturbation Man’ (1985), die Ronny Van de Velde in 1990 nog had tentoongesteld in zijn galerie in Antwerpen. Voor bijna een tiende van dat bedrag werd een verzamelaar in mei 2007, bij Christie’s in New York, de nieuwe eigenaar van een video-installatie, eveneens getiteld ‘Good Boy, Bad Boy’, waarvan er veertig exemplaren werden gemaakt. De richtprijs bedroeg $ 40.000-60.000, maar het werk ging uiteindelijk de deur uit voor $ 210.000 (bijna € 155.000). Het recordbedrag ging evenwel niet naar een videowerk, maar naar de sculptuur ‘Henry Moore Bound to Fail (back view)’, uit 1967. Het was een van de eerste werken waar Nauman interesse toonde voor het ruwe, niet-afgewerkte aspect van het materiaal. Dit historische werk ging in mei 2001 bij Christie’s New York van de hand voor $ 9 miljoen (€ 11 miljoen), het drievoudige van de hoogste richtprijs. Die bedragen zijn natuurlijk een afspiegeling van het uitzonderlijke karakter van die werken. Afgezien van de prenten (goed voor 69 % van het totale aantal verkochte lots), waarvan de exemplaren uit de jaren 1970 toch al snel enkele tienduizenden euro’s opbrengen, stemmen die bedragen niettemin overeen met de marktwaarde van een kunstenaar wiens werken hoofdzakelijk (bijna 90 %) in de Verenigde Staten worden verkocht.(cd)

Meer lezen? Ontdek de andere artikelen uit het oktobernummer hier of mis geen enkel nummer en word nu abonnee!